Over grenzen heen
In deze rubriek delen we inzichten die we opdoen bij onze internationale werkbezoeken. Soms is het goed om -letterlijk- over grenzen heen te kijken voor een nieuwe blik op je eigen praktijk. Deze keer: het congres van het International Network for School Attendance in Alicante.
We moesten even wennen aan het tempo tijdens het congres: soms vijftien onderzoekspresentaties van een kwartier achter elkaar. Onderzoeken, cijfers en conclusies volgden elkaar in hoog tempo op – af en toe leek zelfs de presentator naar adem te happen om alles binnen die vijftien minuten gedeeld te krijgen.
En wij probeerden ondertussen vooral mee te schrijven.
Na de eerste dag hadden we dan ook vooral héél veel aantekeningen. Maar naarmate het congres vorderde, begonnen we steeds vaker tegen elkaar te zeggen: hé, dit hoorden we gisteren ook al. Vanuit verschillende onderzoeken, landen en perspectieven begonnen dezelfde lijnen zichtbaar te worden.
En daarmee kwam een andere vraag boven: waar ligt dan de sleutel? We kregen bevindingen uit onderzoek én persoonlijke verhalen van kinderen, ouders en professionals, over leeftijden van ongeveer 5 tot 25 jaar. Juist die lange lijn maakte indruk.
Aanwezig zijn is niet vanzelfsprekend
Afwezigheid blijkt een belangrijke voorspeller van nieuwe en uiteindelijk meer chronische afwezigheid. En de gevolgen kunnen ver doorwerken – van zelfbeeld en vertrouwen in anderen tot kansen op opleiding, werk en inkomen.
Dan krijgt preventie in het primair onderwijs ineens behoorlijk wat gewicht.
Maar we leerden ook om niet alleen naar afwezigheid te kijken. Een kind kan immers aanwezig zijn, terwijl aanwezig blijven steeds meer moeite kost. Misschien is dat wel een interessante vraag om eerder te stellen: wat kost het dit kind eigenlijk om iedere dag aanwezig te zijn?
Eerst contact maken
In allerlei onderzoeken kwamen dezelfde risico- en beschermende factoren terug. Relatie, erbij horen, ouders, veiligheid en schoolklimaat, maar ook mentale gezondheid en ondersteuningsbehoeften. Veel daarvan is niet nieuw. Maar als onderzoek uit verschillende landen steeds opnieuw dezelfde factoren laat zien, krijgen ze toch opnieuw gewicht.
En soms werd dat heel concreet. We hoorden bijvoorbeeld over een aanpak waarbij een leerkracht een aantal weken bewust korte momenten investeert in de relatie met een leerling. Even niet beginnen bij gedrag, verzuim of wat er misgaat. Eerst weer contact maken.
Simpel? Op papier misschien. In een volle schoolweek waarschijnlijk iets minder.
Ook de persoonlijke verhalen maakten indruk. Een kind kan heel graag bij een groep willen horen en tegelijkertijd bang zijn om afgewezen te worden. Thuisblijven geeft dan misschien even rust, maar kan terugkeren steeds moeilijker maken.
Juist bij zulke situaties werd duidelijk hoe belangrijk het is om verschillende perspectieven en expertise bij elkaar te brengen. We zagen mooie praktijkvoorbeelden waarin professionals samen zochten naar wat helpt: relaties versterken, druk verlagen en vooral contact blijven houden.
Zie wat er verandert
Tegelijkertijd bleef een andere vraag terugkomen: kunnen we eerder zien dat er iets verandert?
Een leerling komt vaker te laat. Is ineens op bepaalde dagen afwezig. Soms valt iets op bij één kind, soms in een groep en soms zie je op schoolniveau iets verschuiven.
Daar kan goede registratie bij helpen. Want hoe betrokken je ook bent, je kunt onmogelijk alle veranderingen bij alle leerlingen onthouden. Door goed vast te leggen en vooral te gebruiken wat we al registreren, worden ontwikkelingen zichtbaar die anders misschien onopgemerkt blijven. Data laten zien dát er iets verandert. Samen geef je betekenis aan wat je ziet.
Niet iedere verandering is reden tot zorg. Gelukkig maar. Maar een verandering kan wél reden zijn om nieuwsgierig te worden, juist voordat een grens wordt overschreden.
En zo kwamen we na drie dagen, heel veel onderzoek en nóg meer aantekeningen uiteindelijk bij een verrassend eenvoudige boodschap:
Zie de verandering voordat het een patroon wordt
Hoe we dat in onze regio kunnen versterken, welke aanpakken daarbij kunnen helpen en hoe we expertise goed bij elkaar brengen: dat willen we de komende tijd juist samen verder ontdekken.
Een uitspraak uit Alicante past daar eigenlijk heel mooi bij: “Go slow to go fast. But keep moving.”
We kwamen terug met veel aantekeningen, foto’s, ideeën en – vooruit – ook een beetje Spaanse zon. De eerste inzichten hebben we inmiddels vertaald naar een aantal visuals voor het primair onderwijs. Die delen we de komende tijd graag uitgebreider.
Niet omdat we na drie dagen Alicante ineens dé oplossing voor schoolaanwezigheid hebben gevonden. Wel omdat we scherper zien waar kansen liggen om eerder verschil te maken.